Skip to Content

Alternatieve pijntherapieën

Volgens het Amerikaanse nationaal centrum voor complementaire en alternatieve geneeskunde (US National Center for Complementary and Alternative Medicine - NCCAM) bestaan er twee typen therapie‘n. Het eerste is gebaseerd op bio-elektromagnetisme en richt zich op elektromagnetische velden (electromagnetic fields - EMF's) zoals pulserende velden, magnetische velden en wisselstroom/gelijkstroom-velden. Het tweede type zijn bioveldtherapie‘n die bedoeld zijn om het energieveld dat zich in en rond de mens zou bevinden te beinvloeden.

Beide typen hebben hun nut bewezen bij chronische pijn maar het meest populair is een van het eerstgenoemde type: transcutane elektrische zenuwstimulatie (transcutaneous electrical nerve stimulation oftewel TENS). Daarbij krijgt het lichaam elektrische stroomstootjes door middel van elektroden op of vlakbij de plaats van de pijn. TENS richt zich dus niet op de oorzaak van de pijn maar het tintelende gevoel dat dit geeft vermindert de pijnsensatie. Meerdere studies hebben laten zien dat het werkt bij veel aandoeningen van het bewegingsapparaat, van rug- en nekpijn tot hardnekkige postoperatieve pijn.
Voor patienten met chronische pijn lijken de volgende bio-elektromagnetische therapieen het meest veelbelovend: de gepulseerde elektromagnetische veldgenerators (pulsed electromagnetic fields - PEMF) en de elektrostimulatie van de schedel (cranial electrotherapy stimulation - CES, ook wel schedelacupunctuur genoemd).

PEMF generators - waaronder draagbare zwakstroomapparaten die permanent kunnen worden gedragen en gebruikt maar ook machines met sterkstroom die een paar maal per dag moeten worden gebruikt - kunnen helpen bij osteoartritis en zouden chronische migraine met 80 procent verminderen. CES, dat werkt via zwakstroomelektroden op het huidoppervlak (meestal de oren), is effectiever gebleken dan placebo bij het bestrijden van de pijn bij fibromyalgie en ruggengraatletsel.

De werking van deze elektrische therapie‘n is tot op heden niet duidelijk. PEMF generatoren schijnen de bloedstroom naar de plek van behandeling te vergroten. CES zou veranderingen veroorzaken in bepaalde chemische hersenstoffen, zoals serotonine en noradrenaline. Beide mechanismen blijken een positieve invloed te hebben op pijn.

Van de bioveldtherapieen - het tweede type energetische behandeling - is acupunctuur het meest grondig bestudeerd. Zoals ook voor andere bioveldbenaderingen geldt, is deze traditionele Chinese medische techniek gebaseerd op het concept dat bij alle levende wezens, inclusief mensen, een vitale subtiele energie (qi) door het lichaam circuleert en dat elke verstoring van die energie tot ziekte leidt. Acupunctuur behandelt pijn en andere aandoeningen door de kwaliteit, de balans en de stroming van die energie in het lichaam te versterken.

Acupunctuur lijkt vooral bij rugpijn te helpen. In een meta-analyse van 33 gerandomiseerde gecontroleerde trials (klinische onderzoeken) bleek acupunctuur beter dan placebo bij het verlichten van chronische lagerugpijn. Een tekortkoming is dat de studie alleen naar kortetermijnresultaten keek.Meer recent onderzoek wijst erop dat deze techniek ook helpt bij schouderpijn, hoofdpijn, kaakgewrichtspijn, fibromyalgie, osteoartritis van de knie, tennis- en golferselleboog en nog meer vormen van pijn20,21. In elk geval is meer onderzoek nodig om te bepalen of het pijnstillende effect van acupunctuur op den duur aanhoudt.
Ook andere bioveldtherapie‘n zoals Qigong, Reiki en Therapeutic Touch (TT) worden gebruikt bij pijn. Qigong lijkt voor dit doel het meest geschikt. In het onderzoek bleek dit werkzaam bij 2-3 van de 5 proefpersonen met chronische pijn, wat inhoudt dat het 'mogelijk tot waarschijnlijk' effect heeft.

Qigong is net als yoga een traditionele techniek om de qi stroom in het lichaam te stimuleren door middel van een combinatie van beweging, meditatie en ademhaling.
Door een positieve invloed op de psychologische kant van de pijn en het bevorderen van de activiteit van melatonine en immuunsysteem blijkt Qigong te helpen bij pijn, in elk geval bij jonge mensen. Maar ook in een onderzoek onder 94 ouderen bleken degenen die deze therapie volgden minder pijn (en minder angst, depressie en vermoeidheid) te ervaren dan bij placebo. In een systematische beoordeling van alle gerandomiseerde klinische onderzoeken naar Qigong therapie bij chronische pijn (tot januari 2007) scoorde Qigong beter dan de controletherapie‘n. Uit meta-analyse van twee onderzoeken bleek ook een betere score voor deze techniek vergeleken met behandeling van chronische pijn in het algemeen.

Manipulatietechnieken

Weer een heel ander soort pijnbehandeling vormen de manipulatie- of lichaamstechnieken zoals chiropractie en massagetherapie. Deze methoden behandelen lichamelijke structuren en systemen waaronder botten en gewrichten, weke delen (allerlei soorten lichaamsweefsel), circulatie en lymfesysteem. Ze werken vooral goed bij chronische pijn omdat therapeuten hun behandeling specifiek op de pati‘nt afstemmen.

Chiropractie - met name de speciale manipulatietechniek voor de wervelkolom (spinal manipulation therapy - SMT) is voor velen de behandeling van eerste keus bij chronische lagerugpijn. Uit onderzoek blijkt klinisch en statistisch dat dit grote voordelen heeft boven zowel placebobehandelingen als bedrust of 'kraken', wat zelfs schadelijk zou kunnen zijn. Bij tal van andere vormen van pijn wordt SMT ook gebruikt. Bij fibromyalgie, carpaletunnelsyndroom, migraine en menstruatiepijn blijkt het meer effect te hebben dan de gangbare behandeling op de handicaps en pijn. Bewijzen voor de voordelen van massagetherapie bij chronische pijn zijn er legio. In een recente uitgebreide beoordeling door de gerenommeerde Cochrane Collaboration bleek massage veruit superieur te zijn aan gewrichtsmobilisatie, ontspanningstherapie, fysiotherapie, acupunctuur en zelfzorgtechnieken voor lagerugpijn. Het positieve effect hield bovendien minimaal een jaar aan.
In ander onderzoek, bij pati‘nten met chronische gemengde pijn, bleek massage net zo effectief als de standaardbehandeling maar na drie maanden was alleen in de massagegroep het effect nog steeds aanwijsbaar.

Massage lijkt invloed te hebben op de hersenen, wat het pijnstillende effect zou kunnen verklaren. Misschien verhoogt massage het serotoninegehalte, wat naar men aanneemt het pijnbeheersingssysteem van het lichaam regelt. Een andere mogelijkheid is dat massage een diepe, herstellende slaap bevordert. Dit leidt tot minder 'substance-P' in het brein; dit laatste is een chemische stof die met pijn verband zou houden.

BRON: Het medisch Dossier.