Skip to Content

Reguliere behandeling van pijn

Chronische pijn kan verschillende oorzaken hebben, maar soms is er geen aanwijsbare oorzaak. Toch is het antwoord van de geneeskunde doorgaans hetzelfde: het voorschrijven van pijnstillers. Paracetamol (acetaminofen) moet de pijn bestrijden door het pijnsignaal van de zenuwen te onderbreken of te onderdrukken. Opioïden daarentegen – die afkomstig zijn van opium en veel sterker zijn – grijpen in op de manier waarop pijn wordt doorgegeven in de hersenen en het ruggenmerg, om zo het pijngevoel te verminderen. NSAID’s (niet-steroïdale anti-inflammatoire medicijnen) hebben hun werking te danken aan hun ontstekingsremmende eigenschappen. Maar terwijl deze middelen in theorie goed zouden moeten helpen schieten ze in de praktijk vaak tekort. Volgens een onderzoek in Britse verpleeghuizen hadden de meeste bewoners voortdurend of vaak, matige tot ernstige pijn, zo bleek uit het jaarlijkse rapport van sir Liam Donaldson. Desondanks slikte 99 procent van hen pijnmedicatie. Ander onderzoek onder chronische pijnpatiënten van alle leeftijden wees uit dat bij eenderde de pijnstilling onvoldoende was en bij tweederde helemaal niet hielp.

Opioïden zoals morfine, oxycodon, buprenorfine en fentanyl hebben lang het imago van het ultieme geneesmiddel gehad, maar ook die bleken vaak niet te werken. In een overzichtsonderzoek van 15 verkennende studies naar het gebruik van opioïden voor chronische niet-kwaadaardige pijn (chronic nonmalignant pain – CNMP), bleek de gemiddelde pijnreductie slechts ongeveer 30 procent; bovendien was de uitval na twee jaar 56 procent. Slechts bij drie van de acht studies naar functionele gevolgen van pijn (zoals niet kunnen werken) gaf het gebruik van dit soort medicatie enige verbetering.

Ook een aantal andere onderzoeken naar opioïden bij chronische pijn leverde maar mondjesmaat bewijs voor de werkzaamheid. En hoewel het voorschrijven al jaren blijft toenemen zijn de cijfers voor het optreden van chronische pijn nog steeds even hoog.
In Denemarken bijvoorbeeld is het gebruik van opioïden voor CNMP sinds de laatste twintig jaar met meer dan 600 procent toegenomen. Toch klaagde 90 procent van de gebruikers in een landelijk onderzoek nog steeds over matige tot ernstige pijn; bij niet-gebruikers was dat 46 procent.

Niet alleen zijn de gangbare pijnstillers doorgaans helaas niet effectief, ze gaan ook nog eens gepaard met een reeks bijwerkingen (zie kader). Het mag duidelijk zijn: de oplossing voor pijn zit niet in het slikken van pijnstillers.
Het goede nieuws is dat het falen van moderne medicijnen wel geleid heeft tot onderzoek naar alternatieve methoden van pijnbestrijding. En er blijkt een heel scala aan niet-medicamenteuze middelen te bestaan die hoop bieden.

Gevaarlijke bijwerkingen

Opioïden staan bekend om de constipatie, misselijkheid en braken, het versuffende effect, de mentale problemen en de ademhalingsonderdrukking die ze veroorzaken. Erger nog, men kan voor deze medicijnen tolerantie ontwikkelen met lichamelijke afhankelijkheid en onthoudingsverschijnselen bij het stoppen als gevolg. De verslavingscijfers onder patiënten met niet aan kanker gerelateerde pijn lopen van 3 tot bijna 20 procent.
Nog een type geneesmiddelen dat zorgen baart zijn de NSAID’s, de niet-steroïdale anti-inflammatoire medicijnen. Deze worden vooral voorgeschreven bij hoofdpijn, artritis en andere ontstekingsziekten. Jaarlijks slikken alleen al in de Verenigde Staten 60 miljoen mensen deze pillen. In 2007 werden deze in Nederland zo’n vijf miljoen keer voorgeschreven. Let wel: dit is nog afgezien van de vrije verkoop.

De grootste zorg is het risico voor de maag zoals een maagzweer, -perforatie of -bloeding.
Volgens schatting van de Amerikaanse Voedsel en Medicijnenautoriteit (Food and Drug Administration – FDA) geven ze bij twee op de vier Amerikanen bijwerkingen. Dit leidt tot 107.000 ziekenhuisopnames en ten minste 16.500 doden alleen al onder artritispatiënten.
Recent werd ook een relatie gevonden tussen NSAID’s en ernstige hartaandoeningen waaronder hartaanval, pijn op de borst en TIA (transient ischemic attack of ‘miniberoerte’).
Zelfs het goede oude aspirientje (een van de minder zware NSAID’s) kan samengaan met zware bijwerkingen zoals een hersenbloeding – het soort beroerte dat veroorzaakt wordt door een gesprongen bloedvat waaruit bloed in de hersenen lekt.

Bron: Het medisch dossier